Wanneer mag de werknemer besluiten te stoppen?

Ophouden met werken
De werknemer mag zelf besluiten te stoppen met buitenwerk, als

  • het niet is gelukt om het hier in redelijk overleg met de werkgever over eens te worden en
  • één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen:
  1. om 7.00 uur is de gevoelstemperatuur -6 graden Celsius of lager (het hoeft niet per se te vriezen);
  2. het vriest en rijwegen of looppaden zijn niet begaanbaar, bijvoorbeeld door kuilen en gaten, het ontbreken van verharding of goede waterafvoer;
  3. het vriest, maar de werkgever heeft niet gezorgd voor professionele winter-/doorwerkkleding;
  4. het vriest en op de werkplek ligt een sneeuwlaag die niet met eenvoudige middelen – zoals een bezem, sneeuwschuiver en/of strooizout – weg te krijgen is.

Let op: Deze regeling geldt niet voor steigerbouwers. Zie art. 73 lid 10.

Naar huis of vervangend werk?
De werknemer die op basis van de bovenstaande regels mag stoppen met werken, heeft daarmee nog niet het recht ook maar meteen naar huis te gaan. Dat recht heeft hij pas als:

  • één van de bovengenoemde omstandigheden (a t/m d) om 10.30 uur nog steeds actueel is (voor de gevoelstemperatuur geldt hierbij de meting van 10.00 uur) en
  • de werkgever hem geen opdracht heeft gegeven vervangend werk te doen.