Cao Bouw & Infra artikel 74

1.
Artikel 73 is onverkort van toepassing, tenzij hiervan in dit artikel nadrukkelijk wordt afgeweken.

2.
De werkgever is bij weersomstandigheden, waaronder of ten gevolge waarvan niet kan worden gewerkt, gehouden aan de werknemer het vast overeengekomen loon of salaris door te betalen. Deze weersomstandigheden kunnen geen reden zijn voor het geven van ontslag.

3.
De hiernavolgende leden van dit artikel gelden:

  • voor het tijdvak lopende van de eerste maandag in november van enig jaar tot en met de laatste vrijdag in maart van het daarop volgend jaar (hierna te noemen: winterseizoen); én
  • voor zover vanwege of ten gevolge van vorst niet wordt gewerkt.

4.
a.
Als vorstdag wordt beschouwd een werkdag in een winterseizoen waarop vanwege vorst niet  wordt gewerkt en die voldoet aan minimaal één van de volgende normen:

  • de gemeten temperatuur is tussen 00.00 uur en 07.00 uur lager geweest dan -3° Celsius; dan wel
  • de gemeten temperatuur is om 07.00 uur en om 10.00 uur daaropvolgend -0,5° Celsius of lager; dan wel
  • de gemeten temperatuur is om 10.00 uur -1,5° Celsius of lager; dan wel
  • de gevoelstemperatuur is om 10.30 uur volgens de KNMI-meting van 10.00 uur -6,0° Celsius of lager. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van vorst.

b.
Voor het vaststellen van een norm uit lid 4a is bepalend de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied waarin het werkobject, waar de werknemer werkzaam is of zou zijn, zich bevindt.

c.
Als vorstdag wordt eveneens beschouwd een werkdag waarop wegens de gevolgen van vorst niet wordt gewerkt, en wel onder de volgende voorwaarde: indien na een periode van minimaal 3 achtereenvolgende werkdagen een vorstnorm, zoals beschreven in lid 4a, is gehaald, kunnen maximaal 2 direct daarop aansluitende werkdagen worden beschouwd als vorstdagen. Hiertoe is het niet noodzakelijk dat op die 2 direct daarop aansluitende werkdagen een vorstnorm is gehaald.

d.
Voor infrabedrijven kunnen weekenddagen eveneens als werkdagen in de zin van dit artikel worden beschouwd. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • de werkgever moet aantonen dat hij deze dagen tenminste veertien dagen van tevoren had ingepland; én
  • de werkgever moet aantonen dat de opdrachtgever in besteksbepalingen eist dat er op weekenddagen wordt gewerkt.

5.
Het risico van vorst moet per werknemer gedurende de eerste 15 vorstdagen in een winterseizoen voor rekening van de werkgever komen.

6.
Voor de vorstdagen in een winterseizoen boven het aantal van 15 geldt dat de werkgever – in afwijking van artikel 7:628 BW, artikel 73 en lid 2 van dit artikel – het loon of salaris niet doorbetaalt op vorstdagen, zoals genoemd in lid 4 sub a en c van dit artikel.

7.
Voor de vorstdagen in een winterseizoen boven het aantal van 15 kan de werkgever namens de werknemer bij het UWV een WW-uitkering volgens de wettelijke voorziening aanvragen.

8.
De werkgever is gehouden aan de betrokken werknemer een aanvulling op de WW-uitkering te betalen tot 100% van het vast overeengekomen loon/salaris. Indien een prestatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 45, dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen in de betreffende loonbetalingsperiode van vier weken of een maand waarin het verzuim valt, dan wel indien het verzuim de gehele betreffende loonbetalingsperiode omvat, het gemiddelde over de voorgaande loonbetalingsperiode.

9.
De werkgever is verplicht te voldoen aan de verplichtingen aan het Tijdspaarfonds.

10.
Indien de werkgever geen gebruik maakt van de wettelijke voorziening of de aanvraag door het UWV wordt afgewezen, is lid 2 van dit artikel onverkort van toepassing.

11.
Van iedere vorstdag in een winterseizoen doet de werkgever conform de uitvoeringsvoorschriften melding bij het UWV middels het daarvoor bestemde bouwspecifieke meldformulier van UWV.

12.
Ter zake van een vorstdag die bij het UWV wordt gemeld, geldt dat een werknemer op die gehele dag geen (vervangende) werkzaamheden mag verrichten. Bovendien dient de werknemer door zijn werkgever te zijn bericht die dag niet op het werk te hoeven verschijnen dan wel door zijn werkgever daadwerkelijk naar huis te zijn gestuurd.

13.
De werkgever is gehouden te voldoen aan alle (uitvoerings)voorschriften die in het kader van onderhavige regeling gelden. Deze voorschriften zijn te vinden op de websites van UWV en cao-partijen. Op een correcte naleving hiervan wordt streng gecontroleerd en bij constatering van oneigenlijk gebruik en/of misbruik zullen sancties volgen.