Vorstvrij aanleggen van bouwwaterleidingen

Leg bouwwaterleidingen zoveel mogelijk vorstvrij aan. Aandachtspunten hierbij zijn:

  • aftapmogelijkheden aanbrengen;
  • de bouwwaterleiding zestig à tachtig centimeter onder het maaiveld aanleggen;
  • de meterputten met aftappunt voorzien van een dubbel deksel en isolatiemateriaal;
  • alle bovengrondse waterleidingen voorzien van isolatiemateriaal;
  • bij vorst tappunten extra beschermen (kappen);
  • een voorziening treffen om waterslangen vorstvrij op te bergen;
  • gebruik van warmtelint;
  • vorstvrije opslag van de eventueel aanwezige hydrofoor.